Waar je op moet letten
Er zijn een paar dingen waar je op moet letten de volgende keer dat je een ethanolhaard gebruikt.
Bio-ethanol (of welke brandstof dan ook) mag niet naast of in de buurt van je haard worden opgeslagen.
1. Als je wilt bijvullen, is het belangrijk om minstens 30 minuten te wachten. In deze tijd kan de haard afkoelen.
2. De haard mag nooit worden bijgevuld terwijl hij brandt. Dit kan leiden tot een explosieve verbranding, die je mogelijk niet onder controle krijgt. Daarom moet je, net als bij het vorige punt, minstens een half uur wachten voordat je nieuwe ethanol toevoegt.
3. Gebruik indien mogelijk alleen bio-ethanol met een zuiverheidsgraad van 96,6%. Doe je dit niet, dan ontstaat er waarschijnlijk geen gevaarlijke situatie, maar het kan wel onaangenaam zijn. Slechte kwaliteit brandstof of brandstof met een verkeerde zuiverheidsgraad kan namelijk zorgen voor slechte oxidatie. Dit leidt op zijn beurt tot een onaangename geur. Daarnaast kan het gebeuren dat de vlam van de haard vaak uitgaat omdat de zuiverheid te laag is.
4. Bij het aansteken van je bio-ethanolhaard kun je het beste lange lucifers of een lange aansteker gebruiken. Vaak ontsteekt de haard heel snel, waardoor je misschien je vingers niet op tijd wegtrekt en er lichte oxidatie kan ontstaan. Gebruik je lucifers om de haard aan te steken, laat deze dan niet in de haard achter.
Heb je nog vragen over het juiste gebruik van ethanol? Neem gerust contact met ons op, we helpen je graag verder.
Bijvullen of pompen van bio-ethanolbrandstof
Branders en haarden zijn er in verschillende uitvoeringen en maten. Van zeer grote branders met een hoge capaciteit tot kleine branders met een lagere capaciteit. Afhankelijk van het model is er een bijpassende hoeveelheid ethanol nodig. De regel is simpel: voor een grotere haard heb je meer ethanol nodig dan voor een kleine.
Bij grote haarden hoeft de brandende vloeistof meestal minder vaak te worden bijgevuld. Dit komt doordat ze veel kunnen bevatten en de bio-ethanolbrander meestal niet helemaal leeg is. Omdat je minder vaak hoeft bij te vullen, kun je dit gerust handmatig doen. Je giet de ethanol dan direct in de brander.
Om te zorgen dat er niets misgaat, is het aan te raden een trechter te gebruiken bij het gieten. Mocht er toch iets misgaan tijdens het gieten, dan is het belangrijk om het gemorste direct en volledig te verwijderen. Dit doe je het beste met een vochtige doek. Als de gemorste vloeistof niet meteen wordt verwijderd, kunnen er vlekken op de vloer ontstaan. Heb je vragen over het bijvullen, dan helpen we je natuurlijk graag verder.
We hebben ook een kleine verzameling handige instructies samengesteld waarin we veel van de basisdingen uitleggen; bijvoorbeeld hoe je een ethanolhaard op de juiste manier vult, aansteekt en dooft.
Als je de ethanolhaard vaak gebruikt, ben je misschien op zoek naar iets eenvoudigere. In onze webshop kun je praktische ethanolpompen vinden waarmee je de brandbare vloeistof eenvoudig van de jerrycan of fles naar de bio-ethanolbrander transporteert. Dit doe je met één druk op de knop. Het ene uiteinde van de pomp gaat in de container met de brandbare vloeistof en het andere uiteinde plaats je in de ethanolhaard. Zo wordt de bio-ethanolhaard automatisch voorzien van voldoende bio-ethanolbrandstof.
Als je hierin geïnteresseerd bent, neem dan zeker een kijkje bij extra biohaard-accessoires om alle handige accessoires voor bio-ethanol haarden te bekijken.
Hoeveel bio-ethanolbrandstof heb ik nodig?
Hoeveel je nodig hebt, hangt van verschillende factoren af. Elke bio-ethanolbrander is anders en verbruikt dus een andere hoeveelheid ethanol. Ook de manier waarop je de haard gebruikt, is bepalend voor het verbruik.
Een doorslaggevende factor in hoeveel er wordt verbrand, is natuurlijk hoeveel er in de brander gaat. De meeste gangbare haarden hebben een inhoud van 0,5 tot 5 liter. Natuurlijk zijn er ook haarden die kleiner of groter zijn. De berekening is eenvoudig: een ethanolhaard met een inhoud van 5 liter verbruikt bij gebruik ook 5 liter ethanol. Houd er dus rekening mee dat hoe groter de capaciteit van de haard, hoe meer deze doorgaans verbruikt.
Bij een bepaalde grootte hebben sommige bio-ethanolhaarden een klein metalen plaatje van roestvrij staal dat je met een geschikt hulpmiddel over de opening kunt schuiven. Dit plaatje dient uiteindelijk om het vuur te doven. Als je het plaatje over de opening van het vuur schuift terwijl deze brandt, wordt het vuur van de biohaard gesmoord en dooft het. Een handige tip is om het roestvrijstalen plaatje niet helemaal over de opening te schuiven, maar slechts gedeeltelijk. Zo beperk je de luchttoevoer naar de vlammen en wordt het vuur wat kleiner. Met deze methode bespaar je bio-ethanolbrandstof, omdat er minder brandstof wordt verbruikt en je dus minder liters nodig hebt.
Het is ook belangrijk om te zorgen voor een goed binnenklimaat. Dit bereik je door je product alleen te gebruiken in een goed geventileerde ruimte.
De verbranding van bio-ethanol is een chemisch proces. Een van de chemische eindproducten die bij deze verbranding ontstaan, is CO2. CO2 ontstaat bij de oxidatie van zuurstof en is giftig voor mensen. Een ethanolhaard kan echter nooit zoveel CO2 produceren dat het gevaarlijk wordt voor mensen.
Hoewel je geen kans loopt op een CO2-vergiftiging, is het belangrijk om te zorgen voor voldoende frisse lucht. Anders kun je na een lange tijd in een ruimte met een brandende biohaard hoofdpijn krijgen. Dat is natuurlijk niet prettig en wil je voorkomen. Gelukkig is de oplossing heel eenvoudig en kost het weinig moeite: meestal is het voldoende om een raam open te zetten terwijl de haard brandt.